Ik kan me nergens aan bezeren …

Zoals elke morgen, wanneer de wekker alle pogingen deed om haar met een oorverdovend geluid wakker te krijgen, vloekte ze binnensmonds enkele woorden die niet voor publicatie vatbaar zijn. De nachten waren veel te kort, of misschien waren haar dagen wel veel te lang. Waar het probleem precies lag, kon ze zelf niet meer bepalen.

Ze leefde sinds enkele dagen in een romige roes. Een roes van onbezonnen leven, doorspekt met een gevoel van onkwetsbaarheid en vooral van zweven op een grote roze wolk. De kleurrijke vlindertjes fladderden constant om haar heen, het leven kon niet meer stuk.

En vandaag zou ze hem weer terugzien, de man die de oorzaak was van al haar gevoelens. Hij was knap, charmant, lief, hij was in haar ogen volmaakt. Hoe hij door de ogen van een ander eruit zag, kon haar weinig schelen. Niks zou haar nog in de weg staan om een gelukkig leven te leiden. Met deze gedachte in haar achterhoofd sprong ze vol energie haar warme bed uit en de koude badkamer in. De kast met gezichts-opsmukgerief smeet ze wijd open, zodat ze alle potjes en verfjes binnen handbereik had.

Na de verfpartij keek ze verbaasd op haar horloge, was het al zo laat, had ze zo lang voor de spiegel gestaan om elk stukje huid eruit te doen zien alsof het recht uit een romantische film kwam ? Hoog tijd om haar kleerkast te doorzoeken voor het gepaste kleedje dat haar vormen het beste tot hun recht deed komen. Weer een tijdrovende bezigheid, waarom stak haar kleerkast toch zo vol, minder stofdelen aan een kapstok zou haar kledingkeuze serieus vergemakkelijken.
Eindelijk vond ze wat ze wou, maar nu moest ze zich echt wel haasten want binnen een uur zou hij er zijn en ze moest nog zorgen voor een lekker ontbijtje, want de liefde van de man gaat door de maag. Zeggen ze toch.

Croissantjes in de oven, sinaasappels doorgekliefd en uitgeperst, eitjes van hun schelp beroofd, het zag er piekfijn uit toen de bel ging.

Vol van vlinders deed ze de deur open, die trouwens eens dringend moest worden gesmeerd, want heel de stad kon horen wanneer ze openging. En daar stond hij, haar prins, verborgen achter een gigantische bos rode rozen. Ze sloeg een kreetje van geluk en verwondering. Hij was toch zo attent, rode roze, haar lievelingsbloemen.

Met een zwoele bedanking nam ze het boeket aan terwijl plots een scherpe doorn diep door haar vinger kliefde …

Advertenties

Dank je wel om een reactie achter te laten ...

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s